Beperking doelgroepvermindering ouderen en jongeren vanaf 01/01/2020

Werkgevers in het Vlaams Gewest moeten rekening houden met een belangrijke beperking van de patronale verminderingen voor ouderen en jongeren vanaf 1 januari 2020.

Vanaf 1 januari 2020 ontvangt de werkgever gevestigd in het Vlaams Gewest:

  • pas vanaf 58 jaar – in plaats van 55 jaar – een doelgroepvermindering voor aanwerving én tewerksteling van ouderen;
  • geen doelgroepvermindering meer voor aanwerving van een middengeschoolde jongere (zonder diploma hoger onderwijs en < 25 jaar bij indiensttreding).

Voor laaggeschoolde jongeren en leerlingen alternerend leren blijft de doelgroepvermindering ongewijzigd behouden.

Een aanwerving van personen uit deze doelgroepen voor eind 2019, betekent een belangrijke kostenbesparing ten aanzien van diezelfde aanwerving vanaf januari 2020.

Deze bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten. Aanpassingen zijn dus nog steeds mogelijk. Deze bespreking geldt tevens onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Het winteruur komt eraan

In het weekend van 26 op 27 oktober wordt de klok een uur terug gezet. 3 uur ’s nachts wordt teruggezet naar 2 uur.

Indien u werknemers in de nacht hebt tewerkgesteld en deze hebben niet gewerkt bij de overgang van winter naar zomeruur, dan dient u deze werknemers ook de effectief gepresteerde uren (9 uur ipv 8 uur in een klassieke nachtpost) uit te betalen.

Heeft de werknemer wel gewerkt tijdens de overgang naar het zomeruur en heeft hij toen reeds een uur teveel betaald gekregen ten opzichte van zijn werkelijk gepresteerde uren  (7 uur in plaats van 8 uur in een klassieke nachtpost), dan dient u nu enkel 8 uur te vergoeden.

Mocht u bijkomende vragen hebben, aarzel niet ons te contacteren !

Studentenarbeid

Een student mee inschakelen is een attractieve manier om een extra hulp te hebben in je bedrijf.
We zetten hier even de belangrijkste thema’s op een rijtje als u overweegt een student in dienst te nemen.

Minimum leeftijd
De minimumleeftijd voor studentenarbeid is 16 jaar.
Er is een uitzondering :
indien de student de eerste 2 studiejaren middelbaar onderwijs af heeft en hij 15 jaar is mag hij ook tewerkgesteld worden.

Arbeidsovereenkomst
Er dient een schriftelijke arbeidsovereenkomst opgesteld te worden waarin zeker volgende items zijn opgenomen :

  • plaats tewerkstelling
  • begin en einddatum
  • uurrooster
  • loon

Duur van de tewerkstelling
Een student kan maximaal 475 uur per jaar werken als student, daarna wordt hij beschouwd als gewone werknemer (arbeider/bediende)

Neem ook steeds contact met je dossierbeheerder als je overweegt een student in dienst te nemen, deze helpt jouw verder zodat alles correct verloopt !

Eindelijk duidelijkheid over nieuwe regeling met betrekking tot de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing werken in onroerende staat !

Een nieuwe  wet brengt eindelijk duidelijkheid zodat ze vanaf heden effectief en met terugwerkende kracht kan worden toegepast.

Welke werkgevers komen in aanmerking ?

De fiscale lastenverlaging geldt voor werkgevers waarvan de werknemers voldoen aan volgende 3 criteria :

  • ze dienen werken te verrichten in onroerende staat verrichten,
  • ze dienen in ploegen werken volgens onderstaande bepaling,
  • ze dienen minstens 1/3 van hun tijd ploegenarbeid op werven verrichten.

Wanneer spreekt men over ploegenarbeid

Werkgevers maken gebruik van ploegenarbeid als ze voldoen aan onderstaande punten:

  • het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen;
  • een ploeg bestaat uit minstens twee personen, studenten en leerlingen met een alternerend opleiding worden uitgesloten;
  • elke ploeg doet hetzelfde werk;
  • de ploegen tewerkgesteld worden op een werf, een bouwplaats, …;
  • de ploegen werken in onroerende staat verrichten;
  • alle werknemers per ploeg (ook hier worden de studenten en de leerlingen met een alternerend opleiding uitgesloten) in 2019 een minimum uurloon van € 13,99 ontvangen. In 2018 bedroeg dit minimum uurloon € 13,75.

Wat verstaat men onder werken in onroerende staat

Het gaat heel specifiek over werken zoals bedoeld in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Samengevat betreft het alle werken die betrekking hebben op het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.  Hierbij zijn ook nog een deel nevenactiviteiten van toepassing.

De vrijstelling is van toepassing binnen verschillende paritaire comités. Het is dus niet enkel de bouw (PC 124) maar ook elektriciteit (PC 149.01) , metaalconstructie (PC 111), schoonmaak (PC121), hout-en stoffering (PC 126), landbouw (PC 144) die in aanmerking kunnen komen.

Men dient te voldoen aan de 1/3-regel

Net zoals bij de BV-korting ploegen en nacht ken men enkel van deze vrijstelling genieten voor werknemers die minstens 1/3 van arbeid op een werf verrichten tijdens de maand waarvoor het voordeel wordt gevraagd.

Hoeveel bedraagt de vrijstelling ?

De vrijstelling van doorstorting van het  gedeelte van de bedrijfsvoorheffing bedraagt:

  • 2018 : 3%
  • 2019 : 6%
  • 2020 : 18%

De belastbare lonen van alle betrokken werknemers dienen als grondslag voor de berekening van de vrijstelling.

Met vriendelijke groet,

Carine Purnot
Algemeen directeur

Dag klein verlet bij plechtige communie

Uw werknemer heeft het recht op een dag klein verlet met behoud van loon op de dag van de plechtige communie van zijn kinderen. Dit is enkel van toepassing voor de plechtige communie en het feest van de “vrijzinnige jeugd”. De eerste communie of een lentefeest tellen niet voor een dag klein verlet.

Zoals meestal valt de dag van de plechtige communie of het feest van de vrijzinnige jeugd op een zondag of een feestdag. Uw werknemer mag deze dag verplaatsen naar de eerste werkdag die de dag van de plechtigheid vooraf gaat of de eerste werkdag die erop volgt.

Bijkomende vragen, aarzel niet ons te contacteren !

Fiscaal voordeel overuren opgetrokken naar 180 uren

De bezoldiging die aanleiding geeft tot de betaling van overloon of tot de betaling van de 20%-toeslag in de bouwsector geniet een fiscaal gunstregime, zowel voor de werkgever alsook voor de werknemer.

Dit voordeel was tot en met 2018 beperkt tot de eerste 130 overuren per jaar per werknemer. De wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 voor wat betreft de fiscale bepalingen van de jobsdeal verhoogt dit nu van 130 naar 180 uren per jaar met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2019.

Voor de horeca en de werken in onroerende staat die reeds een verhoogd quotum genieten wijzigt er niets.

Voorlopig is deze maatregel van toepassing tot en met 2020.

Naleving van de arbeidsregeling tijdens loopbaanonderbreking en tijdskrediet. RVA controleert!

Uit controles die de RVA de afgelopen maanden heeft uitgevoerd blijkt dat de tewerkstellingsbreuk (4/5e , 1/2e ….) van de werknemers die hun arbeidstijd verminderen ten gevolge van tijdskrediet of loopbaanonderbreking niet altijd wordt gerespecteerd. Naar aanleiding hiervan heeft de RVA een nieuw infoblad gepubliceerd om de toepasselijke wettelijke bepalingen in herinnering te brengen en te verduidelijken.

Hieronder vindt u een beknopt overzicht :

  1. Respecteer de regels rond deeltijdse arbeid. 
    In geval van vermindering van de arbeidstijd in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof  wordt de werknemer tijdelijk een deeltijdse werknemer.
    • Maak een schriftelijke arbeidsovereenkomst (addendum bij bestaande arbeidsovereenkomst) met de arbeidsregeling en het overeengekomen werkrooster en dit ten laatste op het moment waarop de werknemer start met de uitvoering van zijn deeltijds contract.
    • Bewaar een kopie of een uittreksel van de deeltijdse arbeidsovereenkomst op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd.
    • Hang een bericht over het variabel uurrooster ten minste 5 werkdagen vooraf uit en bewaar dit 1 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop dat uurrooster niet meer van kracht is.
    • Houd het afwijkingsdocument bij, in geval van afwijkingen van het afgesproken vaste of variabele werkrooster en bewaar dit.
  2. Respecteer de breuk die voortvloeit uit de onderbreking.  
    Bij opname van tijdskrediet of thematisch verlof moeten werkgever en werknemer steeds de breuk respecteren die voortvloeit uit de onderbreking.
    Dit betekent dat:
    • Bij een vaste arbeidsregeling de werkelijk gepresteerde uren tijdens tijdskrediet/thematisch verlof overeenstemmen met de gevraagde loopbaanonderbrekingsbreuk over een periode van een maand (of langer dan een maand, in functie van de toepasselijke cyclus).
    • Bij een variabele arbeidsregeling de werkelijk gepresteerde uren overeenstemmen met de gevraagde loopbaanonderbrekingsbreuk over de referteperiode die van toepassing is. Als het tijdskrediet/thematisch verlof korter is dan de geldende referteperiode, moeten de werkelijk gepresteerde uren overeenstemmen met de gevraagde loopbaanonderbrekingsbreuk over de periode van onderbreking.
      Een uurtje teveel kan zware gevolgen hebben: de RVA vordert de uitkeringen terug. En dit voor de hele periode van loopbaanonderbreking!
  3. Verbod om overuren te verrichten. 
    Wanneer een werknemer zijn prestaties vermindert in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof, dan  is het hem verboden overuren te verrichten. Dit verbod geldt ook voor vrijwillige overuren.
    Bijkomende uren kunnen indien de werknemer:
    • niet systematisch bijkomende uren presteert;
    • akkoord is;
    • deze bijkomende uren tijdig inhaalt;
    • hiervoor geen recht heeft op uitbetaling van overloon, maar tijdens de geldende referteperiode en binnen de periode van de loopbaanonderbreking worden ingehaald.
  4. Tijdskrediet of thematisch verlof en glijdende uurroosters.
    Het systeem van glijdende uurroosters is een regeling waarbij de werknemer zelf begin en einde van zijn arbeidsprestaties alsook zijn pauzes bepaalt mits naleving van stam- en glijtijden.
    Dit systeem kan onder de volgende voorwaarden worden toegepast:
    • de regels inzake deeltijdse arbeid worden nageleefd;
    • de praktische modaliteiten (stam- en glijtijden, maximale dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur, …) van het systeem van glijdende uurroosters voor werknemers met loopbaanonderbreking worden vastgelegd in het arbeidsreglement en in de arbeidsovereenkomst van de werknemer;
    • de breuk die het gevolg is van de loopbaanonderbreking wordt in acht genomen.
  5. Naleving van bepaalde regels bij toepassing van een systeem van arbeidsduurvermindering op deeltijdse werknemer
    Het systeem van arbeidsduurvermindering bestaat erin de arbeidsduur te verminderen door de effectieve wekelijkse arbeidsduur te behouden maar inhaalrustdagen toe te kennen.
    Dit kan onder bepaalde voorwaarden:
    • de inhaalrustdagen worden betaald (op het ogenblik waarop ze worden ingehaald en niet op het ogenblik van de prestaties);
    • de inhaalrustdagen worden opgenomen tijdens de periode van loopbaanonderbreking;
    • de prestaties kunnen geen aanleiding geven tot overloon.

      Bij niet-naleving van deze voorwaarden kan de RVA weigeren om de uitkeringen te betalen voor de volledige periode van loopbaanonderbreking en de reeds betaalde uitkeringen terugvorderen.

Uw werknemer wordt 19 in 2019 !

Wordt uw werknemer 19 in 19, dan bent u vanaf 1 januari 2019 voor deze jongeren de gewone RSZ-bijdragen verschuldigd. Concreet vallen ze vanaf dan onder werknemerskengetal 15 (arbeiders) of 495 (bedienden). Uw dossierbeheerder volgt dit op en zorgt dat dit administratief in orde komt. Mocht u toch nog met vragen zitten, aarzel niet ons te contacteren.

Bedragen niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen voor 2019 gekend!

Werkgevers kunnen al hun werknemers of een welomschreven groep van werknemers op een fiscaal en sociaal gunstige manier een resultaatsgebonden bonus toekennen:

  • geen gewone sociale zekerheidsbijdragen, wel een solidariteitsbijdrage van 33% ten laste van de werkgever en een persoonlijke bijdrage van 13,07%;
  • geen bedrijfsvoorheffing of belasting.

Daarvoor moeten ze onder andere de spelregels van cao nr. 90 volgen. Zowel voor de RSZ als voor de fiscus gelden maximumbedragen.

Voor de resultaatsgebonden bonussen, met betaling in 2019, bedraagt de maximale vrijstelling 3.383 EUR (in 2018: 3.313 EUR).

De fiscale maximumgrens voor de resultaatsgebonden bonussen, met betaling in 2019, bedraagt 2.941 EUR (in 2018: 2.880 EUR).